Gepocheerde pladijs met schelpjes, doperwtjes en tuinbonen

tabledamis_pladijs_150513_0305

Benodigdheden voor 4 personen

vier pladijzen van 350 g elk
1 dl witte wijn
1 takje tijm
1 sjalot

250 g doperwten
250 g tuinbonen
4 lente-uitjes, fijngesneden
50 g boter

100 g mosselen
100 g kokkels
100 g vongole

1 dl mosseljus (bouillon van gekookte mosselen)
2 grote eetlepels zure room
1 eetlepel boter
Benodigdheden

line

Bereidingswijze:

  1. Leg de pladijzen in een ovenschaal. Voeg de witte wijn toe, de tijm en de fijngesneden sjalot.
  2. Dek af met zilverpapier. Gaar de vis gedurende 10 minuten in een oven van 180°C. Haal de vis uit de oven en haalde filets ervan. (of serveer de vis aan de graat).
  3. Haal de tuinbonen uit de peul. Verwijder het buitenste vliesje van de tuinboon, dit gaat het gemakkelijkste door de boontjes kort te blancheren en daarna in ijswater te laten schrikken.
  4. Blancheer de erwtjes, de lente-uitjes en de tuinbonen kort en ruim kokend water. Giet af en vermeng met een beetje gesmolten boter. Kruid af met een beetje grof zout.
  5. Breng de mosseljus aan de kook, reduceer tot de helft, voeg de boter en de zure room toe. Mix schuimig.
  6. Blancheer de mosselen, kokkels en vongole héél kort in kokend water zodat ze open gaan. (doe dit op het laatste moment)
  7. Schik de pladijs in een diep bord en leg de groentjes en schelpen erop. Werk af met de schuimige mosseljus.