Pladijs met bloemkool en zwarte look

HyperFocal: 0

Bloemkoolpuree

  • 2 bloemkolen grof gesneden (bewaar een handvol roosjes om te bakken)
  • 2 teentjes knoflook
  • 4 uien fijngesneden
  • druivenpitolie
  • peper en zout

Garnituur

  • 2 handvol kleine bloemkoolroosjes
  • roomboter
  • 4 el appelciderazijn
  • peper en zout

Mosselen

  • 20 mosselen

Zwarte look

  • 1 ei
  • 300 ml druivenpitolie
  • 2 el sterke mosterd
  • 4 el appelciderazijn
  • 2 flinke lepels zwartelookpasta
  • peper en zout

Pladijs

  • 4 pladijsfilets
  • druivenpitolie
  • 2 el roomboter
  • 2 gekneusde tenen look
  • peper en zout

Afwerking

  • Geroosterde uitjes
  • dragonblaadjes

line

Bloemkoolpuree

Doe de bloemkoolroosjes, de knoflook en de uien  in een braadslee.  Sprenkel er de druivenpitolie over, kruid met peper en zout en meng goed. Rooster 40 minuten op 180°C. Roer regelmatig om tot alles gaar en gekarameliseerd is. Doe alles in een blender en mix tot een gladde massa.

Garnituur

Bak de bloemkoolroosjes goudbruin in een klontje roomboter, blus met appelciderazijn en kruid met peper en zout.

Mosselen

Spoel de mosselen in koud water.  Controleer de mosselen één voor één en verwijder de mosselbaard en de mosselen met een kapotte schelp. Kook de mosselen kort (+/- 1 minuut) in een klein bodempje water en laat afkoelen. Haal uit de schelp.

Zwarte look

Meng het ei, 2 el mosterd en 300 ml druivenpitolie in de blender tot je mayonaise klaar is. Voeg de azijn en de zwartelookpasta toe. Breng op smaak met peper en zout en lepel de mayonaise in een spuitzak.

Pladijs

Bak de pladijsfilets aan in de olie, voeg de boter en de gekneusde teentjes look toe. Overgiet met boter tot de pladijs goudbruin is.

Afwerking

Strijk de bloemkoolpuree op het bord en leg daarop de pladijsfilet. Strooi de bloemkoolroosjes over de pladijsfilet. Maak drie dotjes zwartelookmayonaise rond de pladijs en leg langs elk dotje een mossel. Plaats op elk dotje een dragonblaadje. Werk af met enkele geroosterde uitjes.

 

Recept: NSC Jo Lemmens

Fotografie: Frank Croes